Selecteer een pagina

Vanaf augustus moeten scholen volgens de nieuwe Wet op het passend onderwijs, ook leerlingen die extra zorg nodig hebben een passende plek bieden. Uit onderzoek van vakbond CNV Onderwijs blijkt dat 58 procent van de middelbare en basisscholen vreest nog niet klaar te zijn om kinderen met leer- of gedragsproblemen op te kunnen nemen.

  • De nieuwe school wordt geadviseerd Bram te helpen bij het plannen van huiswerk en in verband met zijn slechte handschrift zoveel mogelijk op de laptop te laten werken

Leraren zeggen niet de middelen te hebben om deze zorgleerlingen te helpen. Ook vrezen ze dat de hulp aan hen ten koste gaat van andere leerlingen. De eerste klachten over de open dagen van scholen stromen binnen bij het Steunpunt Passend Onderwijs. Trouw volgde twee gezinnen met een zorgleerling in groep 8 bij het zoeken naar de juiste school.

‘We moeten ons goed laten informeren’
Hij heeft een uurtje geduldig, uitgebreid antwoord gegeven. Zo komt de fotograaf. Bram Otten vraagt of het interview afgelopen is en of hij tussendoor naar boven mag. Even rust: “Het is druk in mijn hoofd.”

“Het was druk op de gangen. Die school is zó groot.” Bram (12) heeft het over de open avond op De Nieuwe Veste, vmbo in Coevorden. Dat had komend jaar zijn volgende school moeten zijn. Maar hij is geschrokken door de grootte. Het zal zeker ook meespelen dat hij er jongens tegenkwam die hem vroeger eindeloos, genadeloos pestten.

En dus ging hij een paar dagen later met zijn vader Robert, moeder Suzan en zusje Sara (9) ook naar de open avond van het Esdal Vakcollege in Emmen, een beroepsgericht vmbo met de richtingen zorg en techniek. Bram: “Zorg lijkt me leuk. En ze hebben veel meer praktijkvakken daar. Lekker dingen doen.”

Bram heeft ADHD. Onlangs onderging hij een toelatingsonderzoek lwoo (leerwegondersteunend onderwijs). Het leverde een lijstje aanbevelingen op. De nieuwe school wordt geadviseerd Bram te helpen bij het plannen van huiswerk en in verband met zijn slechte handschrift zoveel mogelijk op de laptop te laten werken. Er moet bij gym rekening worden gehouden met zijn matige motoriek, er moet een plek zonder al te veel prikkels voor hem worden gereserveerd in de klas. Hij moet gestimuleerd worden samen te werken en er moet in de gaten worden gehouden hoe hij zich staande houdt in de groep.

  • Op zo’n open dag ziet alles er prachtig uit, maar wij zijn achterdochtig geworden. Eerst zien, dan geloven

“We moeten ons goed laten informeren”, zegt moeder Suzan, medeoprichter van het enige ADHD lifestylemagazine van Nederland. “Bram is bezig aan zijn derde basisschool. We willen niet blijven rondhoppen. Het moet nu in één keer goed zijn. Maar weet je wat raar is: iedereen heeft het over passend onderwijs. Iedereen weet dat scholen nu ook iets voor zorgkinderen moeten organiseren. Maar op die open avonden waar wij zijn geweest, is er nauwelijks iets over gezegd. Uit alles blijkt dat ze geen idee hebben wat hen te wachten staat. Op de site van het Esdal staat iets over extra begeleiding bij dyslexie. Alsof dat alles oplost.”

Moeder Suzan is gaan twijfelen. De Nieuwe Veste, lekker dichtbij, leek ideaal. Maar het Esdal maakte ook een goede indruk, ze kan zich goed voorstellen dat zoonlief die kleine school overzichtelijker vindt. “Elke dag met de trein ernaartoe moet kunnen. Maar er zit een supermarkt bij de school, met rondhangende, rokende scholieren.”

“Ik ga echt niet roken, mam. Da’s vies”, zegt Bram. Zijn moeder: “Maar er zijn ook energiedrankjes te koop… Ik weet het niet. Als hij hier op De Veste een tussenuur heeft, kan hij gewoon naar huis.”

“Die open avonden hebben niets opgeleverd”, zegt Suzan, vlak voor Bram naar boven gaat. “We moeten persoonlijke gesprekken aanvragen. Op zo’n open dag ziet alles er prachtig uit. Maar wij zijn achterdochtig geworden. Eerst zien, dan geloven.”

‘Ik wil gewoon weten: krijgt Splinter wat hij nodig heeft?’
De schoolkeuze van Splinter gaat voor zijn ouders Daniëlle Friedeman en Donald Suidman gepaard met hoogte- en dieptepunten. Een hoogtepunt: na het bezoeken van open dagen, informatie-avonden en websites bleek dat waarschijnlijk elke school voor voortgezet onderwijs hem in principe moet kunnen plaatsen. Want wat Splinter nodig heeft, dat bieden al die scholen: een persoonlijke coach en hulp bij het aanbrengen van structuur.

Dat was een hele opluchting. Maar er zijn ook dieptepunten. Moeder Daniëlle: “Bij een persoonlijk gesprek op een kleine school zei de zorgcoördinator: ‘Aha. Een stoornis in het autistisch spectrum. Dat kennen we. Bij ons heeft een autist zes jaar lang in zijn eentje in de kantine gestaan’.” Laat dat nou het het grootste schrikbeeld zijn van Donald en Daniëlle – hun zoon, zes jaar lang een uitzondering.

Elf is hij nog maar, Splinter uit Utrecht, maar hij zit al in groep 8. Dat komt omdat hij een klas oversloeg: hij is hoogbegaafd. Op zich is dat al niet makkelijk. Afgelopen zomer kwam nog iets aan het licht: Asperger, een vorm van autisme.

Op zijn huidige school kunnen ze ermee omgaan. Splinter kent zijn juffen, zijn juffen kennen hem. Ze weten dat hij moeite heeft met beeldspraak, dat hij soms in paniek kan raken van opdrachten die ongestructureerd worden gegeven. Hij heeft vriendjes. “Maar hoe moet dat volgend jaar, op de middelbare school?”, vraagt Daniëlle. Ze maakt zich zorgen. Want vóór het moment dat zij en haar man snapten hoe Splinter in elkaar zat, was er bijvoorbeeld een tijd dat hun zoon het leven eigenlijk niet meer zag zitten. Dat willen ze niet nog eens meemaken. “Op een middelbare school kan hij verdrinken”, zegt ze. “Hij valt niet op, hij vraagt geen aandacht. Maar hij kan doodongelukkig worden als hij niet genoeg wordt uitgedaagd of als er weinig structuur is.”

Verdrinken in jargon
Hoe de juiste middelbare school te vinden? De gemeente Utrecht loopt voor op de rest van Nederland. Daar werd het passend onderwijs al vorig jaar ingevoerd. Een voordeel, zou je denken. Dat zou moeten betekenen dat het gezin eerder weet waar het terechtkan met Splinter. Maar nee. “Welke school biedt wat? In theorie kunnen ze hem allemaal aan. Maar ik lees ook dat scholen een maximum stellen aan het aantal zorgleerlingen: 7 procent is genoeg, zeggen ze. Begrijpelijk. Maar dan wil je weten: hoe hoog is het percentage op dit moment?”

Ze komen er niet achter. Op internet verdrinken ze in jargon: basisplusprofiel, povo-procedure. Daniëlle: “Als ik scholen bel, zeggen ze: kom eerst maar eens naar de open dag. Maar ik wil weten: krijgt Splinter bij jullie wat hij nodig heeft? Als ze hem niet kunnen helpen, hebben we niets aan die open dag.”

Splinter zelf zwijgt, op weg naar de open dag van het Bonifatius College. Ter plaatse valt hij als een blok voor het technieklokaal en de natuurkundedocent die zijn eigen lesmethode ontwikkelde. Er is daar een apart, overzichtelijk gebouw voor de brugklas. Maar het gebouw voor de bovenbouw is groot en onoverzichtelijk, zelfs voor Friedeman, die er dertig jaar geleden zelf leerling was. En uiteindelijk vinden moeder en zoon de zorgcoördinator. Een hoogtepunt: “Hij is hier zeker niet de enige. Je hebt waarschijnlijk moeite met beeldspraak? Met het vinden van overzicht? We kennen het”, zegt zij.

“Die vrouw was zó deskundig, dat die school bovenaan ons lijstje staat”, zegt Daniëlle een halve week later. Maar een keus is nog niet gemaakt. In de agenda staan nog drie afspraken met zorgcoördinatoren van andere scholen. Een gymnasium is misschien geschikter, want kleiner. Daniëlle: “Het blijft een zwarte doos. Op het gym wordt geloot. Wat als ze geen plek voor hem hebben? Moeten we dan alsnog naar die school met die eenzame autist in de kantine?”