Selecteer een pagina

Onderwijs lijdt onder druk inspectie

Docenten en schoolleiders ervaren extra werkdruk door de Onderwijsinspectie. Administratie moet op orde gebracht en sommige scholen oefenen zelfs het bezoek van de inspecteur.

De angst voor een slechte beoordeling door de Onderwijsinspectie veroorzaakt onrust in scholen en een extra werklast bij docenten en schoolleiders. Een deel van het werk voor het bezoek doen ze voor hun gevoel ‘alleen voor de inspectie’.

Dit blijkt uit een onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb), waarvan de resultaten zaterdag worden gepubliceerd in het Onderwijsblad. De bond ondervroeg ruim 3.400 leraren, teamleiders en schooldirecteuren over hun ervaringen met de Onderwijsinspectie. Die bezoekt scholen ten minste eens in de vier jaar, tenzij er eerder signalen zijn dat er iets aan de hand is.

Tevreden stellen

De scholen vrezen het predicaat ‘zwak’ te krijgen

Volgens 64 procent van de ondervraagden doet hun school ‘bepaalde dingen alleen maar om de inspectie tevreden te stellen’. Enkele scholen oefenen zelfs voor het bezoek van de inspectie, stelt de Onderwijsbond. Soms komen interne teams op bezoek, soms worden externe adviesbureaus of oud-inspecteurs ingehuurd.

Bijna negen op de tien ondervraagde leraren en schoolleiders uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, speciaal onderwijs en het mbo zeggen zich voor te bereiden op een bezoek van de inspectie. De scholen vrezen het predicaat ‘zwak’ te krijgen, waarna ze onder aangepast toezicht komen te staan.

Vooral de administratie lijkt bij de voorbereiding van een inspectiebezoek van belang. Ruim driekwart van de ondervraagden ervaart een hogere administratieve werklast in de aanloop naar het bezoek. In het basisonderwijs en het mbo lag dat percentage het hoogst: 84 procent. ‘Niet genoteerd staat immers gelijk aan niet gedaan’, schreef een van de respondenten. ‘Ik voel me steeds meer een administratief medewerker’, noteerde een ander.

Arnold Jonk, hoofdinspecteur van de Onderwijsinspectie, betreurt dat sommige docenten en schoolleiders de indruk hebben dat ze bepaald werk alleen voor de inspectie doen. ‘Dat is niet de bedoeling’, zegt hij. ‘Als mensen dat zo ervaren, doen we iets niet goed.’

Adminstratie

Het doel moet zijn om de kwaliteit te verbeteren, niet om een toneelstukje in te studeren

Jonk herkent de klachten over de administratieve druk die een inspectiebezoek met zich meebrengt. ‘Voordat wij komen, brengen scholen hun zaken op orde.’ Graag benadrukt hij echter dat het de inspectie uiteindelijk niet om het papierwerk gaat, maar om de kwaliteit van het onderwijs. ‘Scholen moeten de administratie niet voor ons doen, maar voor zichzelf. Omdat de lessen daar beter van worden.’

Veel administratie is ook helemaal niet verplicht, zegt de hoofdinspecteur, al beseft hij dat er misverstanden bestaan over de eisen die de inspectie stelt.

‘De inspectie vraagt op veel punten wel degelijk bewijslast’, zegt José Muijres, bestuurslid van de Onderwijsbond. ‘Het hoeft misschien niet per se een handelingsplan te zijn, maar er moet wel ergens geadministreerd staan wat de school met een leerling van plan is.’

Kwaliteit verbeteren

AOb-bestuurslid Muijres vindt het oefenen voor een inspectiebezoek een slechte zaak. ‘Wat schiet de school daarmee op? Het lijkt me zinvoller om de tijd en het geld aan het onderwijs besteden.’ Hoofdinspecteur Jonk zegt het niet per definitie slecht te vinden als er hulp van buiten wordt ingeroepen. ‘Maar het doel moet zijn om de kwaliteit te verbeteren, niet om een toneelstukje in te studeren.’

Veel scholen ervaren grote druk om de administratie op orde te brengen. Zij willen die tijd besteden aan beter onderwijs. Hebben ze een punt?

  • 81% (2515)

    Ja

  • 19% (608)

    Nee

3123 stemmen