Selecteer een pagina

Prachtig hoor, die Koningssportdag vrijdag! Ondertussen wordt er steeds meer beknibbeld op het gewone gymonderwijs. ‘Heel krom.’

Op initiatief van Prins Willem-Alexander hebben vrijdag 1,3 miljoen schoolkinderen een sportdag ‘omdat sport erg belangrijk is voor hun lichamelijke en sociale ontwikkeling’. Prachtig die Koningssportdag vinden ze bij de KVLO, beroepsvereniging van sportdocenten, maar intussen worden overal in het land heel veel gymleraren ontslagen.

De Koningssportdag past bij het idee van het kabinet gymlessen op basisscholen uit te breiden van twee naar drie uur per week: goed voor motoriek en concentratie, én een probaat middel in de strijd tegen overgewicht. Haaks daarop staan echter bezuinigingen van gemeentes die de scholen hard treffen. “We vinden gymonderwijs heel belangrijk, maar onderwijsassistenten en conciërges hebben we al nauwelijks meer. Waar moeten we anders op bezuinigen?”, zegt Eric Borst van schoolbestuur Stip in Hilversum.

De gemeente Rijswijk schrapt vanaf augustus de subsidie voor extra gymlessen. Schoolbestuurder Bert Klompmaker van Librijn, met twaalf scholen in Delft en Rijswijk, zegt het aantal uren van de gymdocent op vijf scholen te moeten halveren. “Heel krom, want iedere gemeente roept om het hardst hoe belangrijk het is dat kinderen bewegen.” Die klacht klinkt overal in het land, zo blijkt uit een rondgang van Trouw.

In het basisonderwijs staat geen verplicht aantal uren voor gym. Vrijwel elke school geeft haar leerlingen twee keer per week 45 minuten les in bewegen. Slechts 49 procent van de scholen had in 2010 een vakleerkracht gym, zo blijkt uit onderzoek. Op Limburgse en Friese scholen lag dat percentage respectievelijk op slechts 12 en 7 procent.

Uit onderzoek blijkt ook dat veel kinderen vaak een keer in de week les van de gymleraar krijgen. Het andere uur geeft de groepsleerkracht les. Op 30 procent van de scholen worden de gymlessen soms of regelmatig ingeruild voor vrij spelen of balspelletjes op het schoolplein.

In de gymzaal van de Rotterdamse basisschool De Kameleon legt gymleraar Arno Ebben een groepje kinderen uit hoe ze bij het worstelen hun tegenstander van de mat kunnen duwen. Zonder hem pijn te doen. “Wie worstelen een beetje eng vindt, mag in de touwen zwaaien of circusspullen pakken”, zegt hij. Een schriel jongetje schiet weg om een stokje en een schotel te pakken. Hij weet de schotel wel een minuut draaiend te houden. ‘Kijk eens hoe goed, meester!’

Op de worstelmat heeft Gino, een mollige jongen van een jaar of tien, zijn tegenstander verslagen. “De meester vindt mij beresterk”, glundert hij. Aan de andere kant van de gymzaal spelen watervlugge jongens en meisjes handbal. Terwijl Ebben de kinderen helpt bij het worstelen, kijkt hij met een schuin oog naar de handballertjes. “Met jouw kracht moet je niet zo hard gooien, Melany”, roept hij. “Gooi slim, dan maak je meer doelpunten.”

Ouders, directies en schoolbesturen: vrijwel iedereen is ervan overtuigd dat een gymdocent de kwaliteit van de gymles verhoogt. Het kabinet ziet graag dat gymlessen op basisscholen worden uitgebreid van twee naar drie uur per week. Dat is goed voor motoriek en concentratie. Een probaat middel in de strijd tegen overgewicht. Maar ondertussen dreigt op steeds meer scholen de gymdocent te verdwijnen. “Vakleerkrachten als Arno Ebben worden zeldzaam op basisscholen”, zegt Miriam Appelman van de KVLO, de beroepsvereniging van gymdocenten. Bij de KVLO lopen talloze ontslagprocedures van gymleraren.

De Kameleon, gevestigd in achterstandwijk Charlois, is een van de weinige scholen waar ze nog flink veel tijd en geld voor sport uittrekken. Ieder kind, van groep 1 tot en met groep 8, krijgt tweemaal per week gymles van een gymleraar. De twee vakdocenten gymnastiek organiseren tijdens de verplichte overblijf wedstrijdjes op het sportveld. En na school kunnen alle kinderen onder hun leiding deelnemen aan schoolsport. Op die manier is het gelukt om vijftig kinderen lid te maken van een sportclub.

De afgelopen jaren hebben veel gemeentes geld uitgetrokken om scholen in staat te stellen gymdocenten aan te trekken. “Nu ze moeten bezuinigen, draaien ze dat weer terug”, vertelt schoolbestuurder Bert Klompmaker van Librijn, waaronder twaalf scholen in Delft en Rijswijk vallen. “Heel krom, want iedere gemeente roept om het hardst hoe belangrijk het is dat kinderen bewegen.” De gemeente Rijswijk schrapt per 1 augustus de subsidie voor extra gymlessen. Klompmaker: “Dat betekent dat wij de uren van de gymdocent op vijf scholen moeten halveren.”

Ook op andere scholen verdwijnen gymleraren omdat schoolbesturen te maken hebben met teruglopende leerlingenaantallen of bezuinigingen van de rijksoverheid. In Hilversum en omgeving worden gymleraren die met pensioen gaan meestal niet meer vervangen. Tijdelijke contracten van gymdocenten worden op sommige scholen niet verlengd. “We vinden gymonderwijs heel belangrijk, maar we hebben nauwelijks een andere keus”, zegt Eric Borst van schoolbestuur Stip in Hilversum. “Onderwijsassistenten en conciërges hebben we al nauwelijks meer. Waar moeten we anders op bezuinigen, willen we nog goed basisonderwijs blijven verzorgen?”

In het basisonderwijs staat geen verplicht aantal uren voor gym. Vrijwel elke school geeft haar leerlingen twee keer per week 45 minuten les in bewegen. Maar slechts 49 procent van de scholen had in 2010 een vakleerkracht gym in dienst. Dat blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut voor sociaalwetenschappelijk sportonderzoek. Buiten de Randstad ligt dat percentage vaak nog een stuk lager. In Limburg had bijvoorbeeld maar 12 procent van de basisscholen een gymleraar en in Friesland 7 procent.

“Heeft een school wel een vakdocent, dan wil dat niet zeggen dat hij alle gymlessen geeft”, vertelt voormalig gymdocent Niels Reijgersberg. Hij is onderzoeker bij het Mulier Instituut. In opdracht van het ministerie van onderwijs brengt hij dit voorjaar in kaart hoeveel gymlessen basisschoolleerlingen anno 2013 krijgen. En hoeveel daarvan door vakdocenten worden gegeven.

Eerder onderzoek laat zien dat kinderen vaak hooguit één keer in de week les van de gymleraar krijgen. Het andere uur wordt door de groepsleerkracht gegeven. Op zo’n dertig procent van de scholen worden de gymlessen soms of regelmatig ingeruild voor lessen spel en beweging: vrij spelen of balspelletjes op het schoolplein.

Dat komt omdat leerkrachten die na 2004 zijn afgestudeerd aan de pabo, geen gymles meer mogen geven. Dat mag alleen als ze een aparte leergang bewegingsonderwijs hebben gevolgd.

De verwachting was dat deze maatregel de kwaliteit van het gymonderwijs zou verbeteren. Vooral sportieve leerkrachten zouden de leergang willen volgen. Zij konden de gymlessen van sporthatende collega’s overnemen. Maar scholen vinden het lastig om dat te organiseren. Ze vinden het makkelijker als de groepsleerkracht alleen de eigen klas lesgeeft. Daarom moeten ze de gymlessen soms vervangen door spellessen, die iedere leerkracht mag geven.

Is dat erg? Kinderen zelf maakt het niet zoveel uit, blijkt uit onderzoek. Sterker, ze vinden de gymlessen van hun eigen juf of meester vaak zelfs leuker. “Bij de juf of meester mogen ze vaak spelen”, zegt Reijgersberg. “De vakleerkracht wil meer: die daagt kinderen uit om dingen te doen die ze nog niet durven, om goed te springen en te leren balanceren. Dat vinden niet alle kinderen even leuk, maar ze leren er wel beter door bewegen. Een vakleerkracht kan juist leerlingen die motorisch minder sterk zijn, heel gericht aanwijzingen geven en motiveren.”

Arno Ebben merkt dat veel groepsleerkrachten het eng vinden om gym te geven. Ook leerkrachten die de extra leergang bewegingsonderwijs hebben gevolgd. “In hun eigen les hebben ze overzicht en structuur, maar in de gymles rent iedereen door elkaar.” Ze kiezen daardoor eerder voor veilige lessen met minder variatie. Een balspel met de hele groep, in plaats van kinderen laten kiezen uit voetballen, balanceren of hoepelen. En liever niet ringzwaaien of springen op de minitramp. Ebben: “Ik zie al bij de aanloop of een sprong niet helemaal goed gaat. En ik weet precies hoe ik een kind moet opvangen. Bij de groepsleerkracht verwateren die vaardigheden, omdat ze vaak maar een uurtje in de week gymles geven.”

Met zijn allen in de rij voor de kast is er niet bij in de gymlessen van Ebben. Minder lenige kinderen hoeven geen buikpijn te krijgen omdat de hele klas straks ziet dat ze met hun kont op de kast belanden. De gymzaal is verdeeld in vakken met verschillende activiteiten. Alle kinderen zijn de hele les aan het bewegen. En er valt altijd iets te kiezen. “Plezier in bewegen staat voorop”, zegt Ebben.

Bij kastspringen of ringzwaaien verdeelt hij de klas in niveaugroepjes. Voor het ene groepje stapelt hij drie kastblokken op elkaar, de andere kinderen mogen over een- of tweehoog springen. “Zo kan iedereen succes ervaren”, zegt Ebben. Ook Gino, die apetrots is dat hij na drie lessen al één been over de laagste kast kan zwaaien.